Home » Nieuws » Werken dramatherapeuten ook Affectregulerend?

Werken dramatherapeuten ook Affectregulerend?

ext
Twee vierdejaars studenten dramatherapie (Melissa van den Ham en Rianne de Koning) hebben onderzocht hoe dramatherapeuten affectregulerend werken met kinderen van 4 tot 12 jaar met problematische gehechtheid. Met de uitkomsten van deze onderzoeken gaat het Kennisnetwerk ArVT een dramatherapeutische methode beschrijving maken. Rianne de Koning heeft met haar posterpresentatie op het master symposium vaktherapie veel aandacht gekregen en een lidmaatschap van de FVB gewonnen!

Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van de Delphi-techniek. Dit houdt in dat er eerst een literatuurstudie is uitgevoerd. Vervolgens zijn 7 dramatherapeuten geïnterviewd. Tot slot zijn er twee werkconferenties gehouden om de resultaten van de interviews ter discussie te stellen en om tot overeenstemming te komen. De resultaten zijn vergeleken met de beschrijving ArVT beeldend bij kinderen van 4 tot 12 jaar met problematische gehechtheid.

Uit deze onderzoeken is gebleken dat de dramatherapeutische werkwijze overeenkomt met de beschrijving ArVT beeldend. Echter zijn er ook verschillen. Hieronder zijn de resultaten te zien. De resultaten zijn door minimaal vijf dramatherapeuten goed gekeurd, waardoor het consensus based is.

  • Vanuit de literatuur wordt ondersteund dat spel een bijdrage kan leveren aan de affectregulatie. Affectregulatie ontwikkelt zich in de rechterhersenhelft, deze hersenhelft wordt in dramatherapie aangesproken door het non-verbale en ervaringsgerichte karakter (Hill, 2015; Siegel, 2012 & Schore, 2003 in Malchiodi, 2015).
  • De therapeutische houding is gedurende het hele therapieproces ‘limited reparenting’, dit houdt in dat de therapeut het kind biedt waar het kind behoefte aan heeft, maar niet krijgt van de opvoeder.
  • In elke fase wordt gewerkt met symbolisch en/of realistisch rollenspel, door middel van improvisatie of n.a.v. realistische situaties. Dit bevordert het mentaliserend vermogen van het kind.
  • De fase spanningsregulatie fungeert als eerste fase, daarom is het belangrijk dat kennismaking expliciet als doel toegevoegd wordt. In de eerste fase wordt naast het rollenspel gewerkt met gestructureerde laagdrempelige spellen die voor veiligheid zorgen. De focus ligt op het ervaren van spelplezier en ontspanning.
  • De fase aandachtsregulatie wordt wel herkend door de dramatherapeuten, maar zouden zij niet als fase benoemen. Binnen dramatherapie is aandacht hebben voor elkaar in elke werkvorm en fase aanwezig, dus het aandacht leren richten, vasthouden en verdelen noemen ze niet specifiek als doel of fase.
  • De fase affectregulatie dient dan als middelste fase. In deze fase zijn twee subcategorieën: aandachtsregulatie en affectregulatie. Onder aandachtsregulatie wordt verstaan: het aandacht richten waarmee je naar jezelf en de ander kan kijken, waardoor je het verschil tussen jij en ik en de positieve wederkerigheid aan kunt gaan. Dit moet eerst aanwezig zijn voordat je gaat werken aan: het onderscheiden van gradaties van spanning/affect/emotie en dit verbaal en non-verbaal leren uiten.Het kind leert in deze fase zijn emoties en affecten te herkennen, verwoorden en reguleren d.m.v. rollenspel. De therapeut geeft hierbij werkelijkheidswaarde aan de affecten van het personage en van het kind.
  • De fase afronding is nog extra toegevoegd door de dramatherapeuten, omdat zij dit van groot belang achten bij deze doelgroep. Afscheid nemen kan lastig zijn voor het kind door eerdere slechte ervaringen met verlating/afwijzing door ouders. Het kind moet de boodschap meekrijgen dat afscheid nemen niet betekent dat je verlaten wordt. De focus ligt op het positief afronden van de therapeutische relatie. In het medium worden positieve ervaringen bekrachtigd en kan het kind momenten van trots ervaren.

24 juni a.s presenteren 4 jaars creatieve therapie studenten hun ArVT-onderzoeksresultaten op de HAN. Geïnteresseerde therapeuten en studenten kunnen hierbij aanwezig zijn. Voor informatie en aanmelding stuur een mailtje naar Sanne van der Vlugt (info@sannevandervlugt.nl).