Home » problematische gehechtheid – beeldend

Affectregulerende Vaktherapie beeldend ter vermindering van gedrags- en emotionele problemen bij kinderen van 4 t/m 12 jaar met problematische gehechtheid.

Auteurs
Beeldend therapeuten: Wijntje van der Ende, Sanne van der Vlugt, Leanne Nieuwenhuis, Corine Smelt en Patricia Tel-Vos

Doelgroep
De interventie Affectregulerende Vaktherapie beeldend (ArVTb) richt zich op kinderen van 4 t/m 12 jaar met gedrags- en emotionele problemen volgens de Child Behaviour Checklist (CBCL)( Achenbach, 2001), en een vermoeden van problematische gehechtheid volgens de Lijst Signalen van Verstoord  Gehechtheidsgedrag (LSVG) (Boris en Zeanah, 2005; Stor en Storsbergen, 2006).
Ouders/verzorgers krijgen aanvullend psycho-educatie en begeleiding bij de bejegening van het kind tijdens de ArVTb behandeling
Zorgprogramma De jeugdinterventie Affectregulerende Vaktherapie beeldend (ArVTb) is zorgprogramma-overstijgend: cliënten uit verschillende zorgprogramma’s maken er gebruik van: kinder- en jeugdpsychiatrie, kinderen met een lichtverstandelijke beperking en jeugdzorg.

Interventie-aanpak
ArVTb is gericht op het reguleren van affect, aandacht, gedrag en emoties. Affect is te definiëren als de verzameling van interne spanningen en niet afleesbare, onbewuste gevoelens. Emoties zijn gevoelens die zichtbaar zijn in gedrag. Voorbeeld: machteloze woede, waarbij woede (emotie) zichtbaar is en machteloosheid het onderliggende affect.
In ArVTb wordt in drie fasen affect, aandacht, emoties en gedrag gereguleerd door het werken met beeldende materialen en door gebruik te maken van de werkrelatie tussen kind en therapeut.
Dit hele proces heet affectregulatie omdat de onderliggende spanningen en gevoelens (affecten) altijd het uitgangspunt van de interventie vormen. Deze interventie bevordert gehechtheidsgedrag van het kind en vermindert gedrags- en emotionele problemen.
De therapie vindt wekelijks plaats, individueel in sessies van drie kwartier tot een uur, gedurende een half jaar tot anderhalf jaar.
Voorafgaand aan- en tijdens de behandeling geeft de vaktherapeut de opvoeders psycho- educatie, uitleg over de aanpak per fase en adviezen over de bejegening. Tussentijdse therapiedeelname van de opvoeders kan gewenst zijn.

Onderbouwing
Het hoofddoel van ArVTb is toename van gehechtheidsgedrag en afname van gedrags- en emotionele problemen van het kind. Subdoelen zijn: het kind is in staat de opvoeder als bron van troost en ontspanning te ervaren, het kind kan zijn gevoelens (laten) reguleren en het kind verbetert het sociaal functioneren (gedragsregulatie).
Deze interventie helpt alsnog de bouwstenen van affectregulatie ontwikkelen doordat het kind in de improviserende interactie* met beeldende materialen leert omgaan met spanning, aandacht en gevoelens (affecten). Dit gebeurt in een mentaliserende** werkrelatie met de therapeut. Deze combinatie (improviserende interactie en mentaliserende werkrelatie) bevorderd gehechtheidsgedrag.

* Improviserende interactie is: er is geen vooraf vastgesteld materiaalaanbod of werkvormkeuze. Materialen en activiteiten worden afgestemd op het kind aangeboden.
**Mentaliseren is: Het vermogen om zich in te leven in en betekenis te geven aan mentale inhouden die zowel het eigen gedrag als dat van andere bepalen (Verfaille 2011).

Klik hier om het document te downloaden

ArVT Beeldend-Gehechtheid 6-4-2016

Voorblad ArVT beeldend voor gehechtheid-1